Open data Wonen, Zorg, accent Ouderen Breda

0.Inleiding

Het Rijk heeft een Taskforce ingezet om te bevorderen dat elke gemeente in 2021 over een visie op ouderen, wonen en zorg beschikt. Hiertoe biedt het Rijk handreikingen voor onder meer de analyse. Er is over deze onderwerpen veel open data beschikbaar. Sinfore heeft deze bijeengebracht en verwerkt tot informatie, die voor elke gemeente aan deze analyse en de visie kan bijdragen. Hiervan is deze rapportage een voorbeeld. Bij de analyse van en de visie op ouderen, wonen en zorg komen vragen aan de orde als: hoe is de bevolking samengesteld; welke demografische ontwikkelingen kunnen we verwachten; waar wonen ouderen op dit moment; hebben we voldoende geschikte woningen in de nabijheid van voorzieningen; wat is het inkomen van ouderen, de woningwaarde van hun huizen, het energieverbruik; sluit de plaatselijke (maatschappelijke) infrastructuur nog aan bij de behoeften. Naast het inzoomen op de woningen is het ook wenselijk om in de analyse in te zoomen op de doelgroep. Voorbeelden hiervan zijn gezondheid, inkomen, opleidingen en verwachting aantal jaren leven in goede gezondheid. Deze data kunnen worden opgenomen in de analyse, die aan de visie op ouderen, wonen en zorg ten grondslag ligt. De vooruitberekening tot 2040 geldt voor gelijkblijvend beleid en omstandigheden. Bronnen Open data: Open data zijn op verschillende niveaus (land, regio, gemeente, postcode) verzameld en voor zover mogelijk geïntegreerd voor de periode 2000 – 2050:

  • het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS),
  • het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL),
  • het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP),
  • het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM),
  • de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO),
  • het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) via de Monitor Langdurige Zorg
  • het Centraal Administratie kantoor (CAK) via de Monitor Langdurige Zorg
  • de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) via de Monitor Langdurige Zorg
  • Vektis,
  • het Nederlands Instituut Voor onderzoek van de EersteLijnsgezondheidszorg, NIVEL
  • de Vereniging Nederlandse gemeenten (VNG),
  • de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG)

Op het lagere schaalniveau is de meeste informatie toegankelijk via de viercijferige postcode. Op dit niveau is de informatie van het CBS en het PBL rond ouderen het meest gedetailleerd.Dit detailniveau ontbreekt helaas op wijk- en buurtniveau. De vreschilende indelingen komen als eerste aan de orde.In de verdere notitie vindt een verdieping plaats van de demografie, de gezondheid en het wonen. Na een korte inleiding volgen steeds kaarten, grafieken en tabellen en wordt afgesloten met een eerste interpretatie.

Wijken en buurten of Postcode 4

Nederland kent twee indelingen binnen gemeenten: de postcode en de CBS Wijken en buurten. De CBS Wijk en buurt indeling wordt door de gemeente vastgesteld. In vrijwel elk jaar worden enkele gemeenten samengevoegd en wijzigen enkele gemeenten hun wijk- en buurtindeling. Hierdoor zijn tijdreeksen met deze indeling niet zonder meer mogelijk. Dat is jammer, want jaren zijn beschikbaar vanaf 1994. Er zijn wel veel gegevens beschikbaar, maar helaas is de leeftijdsindeling van bevolking
0-15, 15-25, 25-45, 45-65 en 65+. Dit is met name voor demografische analyses en in het bijzonder de vergrijzing te globaal. De postcode-indeling is in de tijd constant. Ook zijn voor postcodes veel gegevens beschikbaar waaronder gedetailleerde demografische gegevens. Aansluitend op de postcode 4 zijn ook postcode 6 (1234AB) gegevens beschikbaar. Daarom is gekozen voor analyse op postcode 4 niveau.

Gemeente-indeling: postcode 4, CBS wijken en CBS buurten
postcode 4                                                    CBS wijken                                                     CBS buurten          
4811 Breda City    4812 Heuvel     4813 Princenhage.    4814 Liesbos   Heilaar   4815 Emer.     4816 Doornbos – Linie     4817 Heusdenhout     4818 Sportpark     4819 Boeimeer     4822 Hagebeemd – Kesteren – Muizenberg     4823 Hagebeemd    4824 Kievitsloop.    4826 Wisselaar     4827 Geeren – Noord.    4834 Overakker     4835 Ginneken     4837 Ruitersbos

ANBO ActiZ Infographic als start

Sinfore heeft voor ANBO en ActiZ een Infographic voor alle gemeenten van Nederland een infographic gepubliceerd waarin een overzicht wordt gegeven van de opgave rond langer thuis wonen. In de infographic is voor 2020 – 2040 65-75, 75-85 en 85+-ers te zien, uitgesplitst naar ouderen met en zonder mobiliteitsbeperkingen.
Zichtbaar is ook het aantal geschikte, aanpasbare en niet aanpasbare woningen, nabij of niet nabij voorzieningen, eveneens uitgesplitst naar ouderen met en zonder mobiliteitsbeperkingen.Tenslotte is een indicatie gegeven van de investeringsopgave, die gemoeid is met aanpassingen en verhuizingen voor de groep ouderen van 65 – 75 jaar. Voor de gemeente Breda betreft dit:


1. Demografie

Demografische ontwikkelingen zijn het fundament voor beleid rond wonen en zorg. Voor de demografische ontwikkeling is een aantal bronnen gebruikt. Het CBS publiceert de waarnemingen voor de periode 2000 tot 2020. Daarnaast publiceert het CBS de prognoses tot 2060.
PBL vertaalt die door naar regio’s en grotere gemeenten tot 2050. Op basis de data van het CBS en het PBL is een doorrekening gemaakt tot op postcode 4 niveau voor 2000 – 2050. Vanuit het Rijk zijn ook gegevens op gemeenteniveau gepubliceerd vanuit de ABF Primos prognose.

1.1 Planbureau voor de leefomgeving: Regionale prognose 2050 en ABF Uitgangspunten

Interpretatie: Het PBL verwacht tot 2050 een groei van zo’n 25000 inwoners. Deze groei komt voor het merendeel voor rekening van de leeftijdscategorieën 0-20 en 65 jaar en ouder. Daarnaast zien we een forse toename in het aantal eenpersoonshuishoudens en (in iets mindere mate) het aantal eenouderhuishoudens. Deze ontwikkeling heeft gevolgen voor het aantal noodzakelijke woningen. Dit laat zich vertalen in een forse nieuwbouwopgave in de komende jaren.
Tot 2050 vraagt dit om een uitbreiding van de woningvoorraad met zo’n 15000 woningen, waarbij vooral aandacht gevraagd zal worden voord e woonbehoefte van (oudere) eenpersoonshuishoudens. De demografische ontwikkeling heeft overigens niet alleen gevolgen voor de woningbouw, maar ook voor andere beleidsterreinen, zoals bijvoorbeeld het sociaal domein en de zorg.

Inwoners
Allereerst de bevolkingspiramides met het aantal mannen en vrouwen in vijfjaarsklassen.

Data zijn tot op postcode 4 niveau beschikbaar in vijfjaarsgroepen. Een verdere leeftijdsindeling verschilt bij het CBS en andere open databronnen per onderwerp. Voor de woningmarkt is een eerste onderscheid gemaakt naar 0-20 kinderen, 20-30 starters,
30-50 doorstarters, 50-65 jongere ouderen en 65+ ouderen. Cijfers zijn steeds beschikbaar in aantallen, percentages en groei voor 2020 en 2030. Dezelfde cijfers, maar dan voor 2020, 2025, 2030 en 2040, zijn beschikbaar in de bijlage.

Inwoners naar leeftijd
1.2: Inwoners 0-20, 20-30, 30-50, 50-65 en 65+: van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddeldeInterpretatie: Op dit moment is 20% van de inwoners van Breda 65 jaar of ouder. Voor 2030 wordt een toename verwacht met 25%. Met name in de Haagse Beemden, postcodes 4815, 4823 en in het bijzonder 4822 en 4824 is de toename van het aantal 65+’ers hoog: 31 tot 76%.  Toch is het percentage 65+ daar in 2030 nog niet meer dan gemiddeld gestegen. Alleen 4834 Overakkeren 4837 Ruitersbos hebben procentueel meer ouderen dan gemiddeld, maar in deze gebieden blijft de stijging beperkt.

Ouderen
1.3: Ouderen 65+, 75+, 85+ en 65-75, 75-85: van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde

Interpretatie: In 4827 Geeren-Noord stijgt – naast de Haagse Beemden – als enige postcode de groep 65-75 jaar bovengemiddeld. In 4812 Heuvel en 4835 Ginneken neemt het aantal 75 tot 85 jarigen bovengemiddeld toe. Alleen in 4834 Overakkeren en 4837 Ruitersbos is het percentage van de 85+ers in 2030 bovengemiddeld, maar dit percentage stijgt juist in andere postcodes: 4817 Heusdenhout, 4818 Sportpark, 4819 Boeimeer en 4827 Geeren-Noord. Zo worden 65+-ers van 2020 de 75+-ers van 2030 en de 85+-ers van 2040.   In de kaartbeelden op de volgende pagina zijn de ontwikkelingen tot 2040 te zien.

% 65-75 en 75+ 2020, 2030 en 2040 postcode met omliggende gemeenten: van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde:

Interpretatie: Etten-Leur en Oosterhout laten voor de 65-75 jarigen en voor de 75+-ers een sterkere stijging zien dan Breda. In Breda tekent zich in 2040 een tweedeling af naar jonge en oudere postcodes, voor de 65-75 jarigen, maar nog sterker voor de 75+-ers.

Aantal 75+ in 2020 en 2040 postcode 6: kleur en puntgrootte staan voor het aantal 75+-ers: “hoe GROTER en hoe RODER hoe MEER

Huishoudens, inkomensgroepen, doelgroep volkshuisvesting

Het CBS publiceert in haar 2060 prognose inwoners en personen in huishoudens en huishoudens. Voor huishoudens is als leeftijd een referentiepersoon genomen:

Definitie leeftijd referentiepersoon:
“Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend. Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:  
  • Als er een paar is binnen het huishouden: de man; 
  • Als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
  • In een eenouderhuishouden: de ouder;
  • In een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of – als deze ontbreekt – de oudste meerderjarige vrouw.”
Het PBL publiceert geen huishoudens naar leeftijd, het CBS voor 2000 – 2020 wel tot op gemeenteniveau. De inwonersprognose is daarom via de personen in huishoudens omgerekend tot een huishoudensprognose.
Waar staat je gemeente van de VNG bundelt in de Lokale monitor wonen deze huishoudens in 65+ eenpersoons en meerpersoons, 25 – 65 eenpersoons, paren, paren met kinderen en eenoudergezinnen en huishoudens jonger dan 25. Daar sluit de huishoudensprognose op aan, omdat in de Lokale Monitor Wonen in deze indeling ook andere gegevens beschikbaar zijn zoals 20% inkomensgroepen en de inkomens voor de sociale huur. Verondersteld is dat deze inkomens per type huishouden gelijk blijven.
De verschillen ontstaan dan door de demografische ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken komt deze huishoudensindeling in combinatie naar laagste 40% inkomens en naar inkomen tot de sociale huurgrens < 36.165 aan de orde. Eerst het totaaloverzicht voor de plaats Breda. De data voor de andere kernen van de gemeente zijn beschikbaar.

1.4: Huishoudens, 40% laagste inkomens en doelgroep volkshuisvesting: van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde

Interpretatie: In  Breda worden twee lijnen zichtbaar als het gaat om huishoudens met een laag inkomen (de laagste 40%). Enerzijds is het percentage huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Breda hoger dan het gemiddelde in de provincie Noord-Brabant dan wel Nederland. In de stad Breda zijn er verschillen te zien in de onderscheiden postcodegebieden. Een lager percentage huishoudens met een laag inkomen woont in de gebieden Biemeer, Hagebeemd-Kesteren, Hagebeemd, Kievitsloop, Overakkeren, Ginneken en Ruitersbos. Boeimeer kent procentueel gezien het laagste aantal inkomens met een laag inkomen. In de komende tien jaar verandert er in deze situatie ook maar weinig. Ook de procentuele stijging van het aantal huishoudens met een laag inkomen gaat de komende tien jaar relatief minder snel in de stad, dan in de overige kernen van de gemeente, de provincie en het land, zij het dat in Emer en Kievitsloop de stijging wat boven het stedelijk niveau ligt.
Een toename van het aantal huishoudens met een laag inkomen kan overigens goed verklaard worden door de toename van het aantal oudere huishoudens met een lager pensioen. Een zelfde beeld is zichtbaar in het aantal huishoudens per gebied, dat een inkomen heeft gelijk of lager dan de sociale huurgrens. Het centrum van Breda, Heuvel, Princenhage, Liesbos, Emer, Doornbos, Wisselaar en Geeren tellen zowel voor de huishoudens met een laag inkomen als de huishoudens met een inkomen tot de sociale huurgrens het hoogste percentage, zowel in 2020 als 2030. Het komt erop neer, dat 50% van de huishoudens in de stad Breda een inkomen heeft dat gelijk is of lager dan de grens van het inkomen voor de sociale huur. En dit verandert niet in de komende toen jaar. Dit bepaalt voor een groot deel hoe het woningaanbod er uit ziet, dat de komende tien jaar ontwikkeld wordt.

Huishoudens
De huishoudens zijn beschikbaar naar vijfjaarleeftijdsgroepen met een onderscheid naar eenpersoons, paren, paren met kinderen, eenoudergezinnen en overige huishoudens. Voor de aansluiting op de inkomensgroepen en doelgroepen volkshuisvesting zijn deze gebundeld naar jonger dan 25, 25 – 65 eenpersoons, paren, paren met kinderen en eenouder en 65+ eenpersoons en paren. Eerst worden de 65+-ers weergegeven, vervolgens de overige leeftijdsgroepen.

1.5: 65+ eenpersoons en meerpersoons huishoudens : ouderen 65+: van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde 

Interpretatie: Een aantal gebieden springt eruit als het gaat om het aantal 65+ een- en tweepersoonshuishoudens. De gebieden Overakker en Ruitersbos tellen op dit moment het hoogste percentage huishoudens van 65 jaar en ouder. Naar verwachting neemt zowel het aantal oudere eenpersoons- als tweepersoons huishoudens af in de komende tien jaar. Dit neemt overigens niet weg, dat in deze gebieden procentueel (meer dan in de gemeente, de provincie en het land) de komende tien jaar nog altijd meer dan gemiddeld 65 plus huishoudens wonen.
Verder vallen de gebieden Princenhage en Boeimeer, met procentueel meer dan gemiddelde
eenpersoons 65 plus huishoudens en een voorzie geringe procentuele toename tot 2030.In de gebieden Hagebeemd – Kesteren, Hagebeemd en Kievitsloop en in iets mindere mate Emer wordt in de komende tien jaar een numerieke groei verwacht van het aantal 65 plus huishoudens, die fors boven het provinciaal en landelijk gemiddelde ligt. Niettemin ligt het percentage oudere huishoudens nog onder het gemeentelijke, provinciale en landelijk gemiddelde. In een drietal gebieden -Princenhage, Heusderhout en Boeimeer- is er, evenals in Overakkeren en Ruitersbos, sprake van een verwachte afname van het aantal oudere echtparen in de komende tien jaar.

1.6: < 25 en 25-65 jaar huishoudens naar type : van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde

Interpretatie: Het aantal huishoudens onder de 25 jaar vertoont in dalende tendens in de komende tien jaar. De afname in de stad Breda is groter dan in de gemeente, de provincie en het land. Niettemin wonen er verhoudingsgewijs veel huishoudens onder de 25 in Breda. Ligt het landelijk percentage in 2020 op 4, in gebieden als het stadscentrum, Emer en Liesbos is het aantal jonge gezinnen procentueel zelfs ruim een factor twee groter dan in de provincie en het land. Zoals te verwachten is, ligt het percentage jonge gezinnen in de wijken Overakker en Ryiterbos op het laagste niveau in Breda en rond het provinciaal en landelijk gemiddelde. In 2030 is het aantal jonge gezinnen teruggelopen, maar in een aantal wijken procentueel nog altijd een factor twee hoger dan het landelijk of provinciaal gemiddelde.      
In Ruiterbos zal het aantal jonge gezinnen in 2030 weer toegenomen zijn, in lijn met de teruggang van het aantal oudere huishoudens in dit gebied. Wat betreft de huishoudens tussen de 25 en 65 jaar is een onderscheid gemaakt in eenpersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens, tweepersoonshuishoudens met kinderen en eenoudergezinnen. Over de hele linie loopt het aantal huishoudens in de stad Breda in de komende tien jaar met naar schatting 1000 huishoudens terug. Het aantal 65 – huishoudens neem sterker af dan het aantal 65 + huishoudens groeit. Het lijkt erop alsof in de komende tien jaar de dynamiek van de demografie een aantal gebieden een ander karakter geeft. Zo worden Overakker en Ruitersbos jonger en het centrum en de Heuvel ouder.

 

Sociaal Economische Status (SES), inkomensgroepen en opleiding

Levensverwachting en gezondheid van de bevolking is niet alleen afhankelijk van de leeftijd, maar ook van de SES. De analyse van wonen en zorg vraagt daarom naast een inzicht in de huidige en toekomstige leeftijdsopbouw ook een inzicht in de SES, een combinatie van opleidingsniveau en inkomen.
Voor de inkomens in combinatie met type huishoudens sluiten we aan op “Waar staat je gemeente” van de VNG op wijkniveau, doorvertaald naar postcode 4 niveau en gecombineerd met de huishoudensprognose. Eerst worden de 65+-ers weergeven, daarna de overige leeftijd en huishoudensgroepen.

1.7 65+  Ouderen met de laagste 40% inkomens naar huishoudentype: van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde 

Interpretatie: in de ontwikkeling van het aantal huishoudens met een inkomen in de laagste veertig procent inkomens is een tweedeling te onderscheiden. Het aantal huishoudens van jonger dan 65 met een inkomen in deze categorie neemt af (zowel in Oldebroek als -in grotendeels gelijke mate- in Nederland), terwijl het aantal 65 plus huishoudens in deze inkomenscategorie toeneemt.
Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de uitgaven in het sociaal domein, maar ook voor het budget, dat huishoudens kunnen besteden aan wonen. Het lijkt verstandig om hiermee bij het realiseren van nieuwe woningen, zowel in de koop- als de huursector rekening te houden.

1.8 Jonger dan 25 en 25 – 65 jaar met de laagste 40% inkomens naar huishoudentype van ROOD = Hoger, GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde

Vermogen
Het CBS heeft in Maatwerk voor het laatst in 2015 vermogens gepubliceerd voor ouderen met een onderscheid naar een en meerpersoons huishoudens en 65-75 en 75+.  Helaas zijn de cijfers afgerond op honderdtallen en voor kleinere postcode niet beschikbaar.

Interpretatie: gemiddeld heeft 60% van de huishoudens een vermogen van meer dan € 50.000. Gemiddeld hebben de inwoners van Oldebroek in alle postcodes meer vermogen dan de Nederlander. Waar 0 staat zijn geen cijfers van het CBS beschikbaar omdat er te weinig huishoudens wonen.

2.   Gezondheid en zorg

Volksgezondheid Toekomst Verkenning
Naast de gezondheidsmonitor vervaardigt het RIVM de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) 2016 met een update 2018, waarin een vooruitblik per gemeente wordt gegeven tot 2030.

Interpretatie

Gezondheidsmonitor

Belangrijkste bron voor gezondheid zijn de GGD’s met het RIVM. Vierjaarlijks verschijnt de gezondheidsmonitor met cijfers tot op buurtniveau.

2.2  65+ Gezondheidsmonitor GGD: Gezondheid: GROEN bovengemiddeld, ROOD: ondergemiddeld, Leefstijl, lichamelijk en geestelijk: andersom

Interpretatie: naast de reeds genoemde sport en obesitas vallen mantelzorg, angst en depressie de gehoorbeperking op

GGD Gezondheidsmonitor 2016 Gezondheid, sport, van  ROOD = Hoger naar GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde, drinker ANDERSOM

Mantelzorg
Mantelzorg wordt meer en meer erkend als essentieel voor kwetsbare ouderen. Mantelzorgers zijn vaak tussen de 50 en 75 jaar en zorgen voor 85+-ers. Daarmee is de beschikbare mantelzorg afhankelijk van de demografische situatie.  Het PBL komt heeft een indicator ontwikkeld om het mantelzorgpotentieel van een regio te duiden. Dit is de zogenaamde OOSR, de Oldest Old Support Ratio. Deze indicator geeft aan hoeveel mensen potentieel in staat zijn informele zorg te bieden aan één hoogbejaarde. De Oldest Old Support Ratio wordt berekend door het aantal mensen in de leeftijdsklasse 50 tot en met 74 jaar te delen door het aantal mensen van 85 jaar en ouder. Hoe kleiner het getal, hoe ongunstiger de verhouding tussen de leeftijdsklasse 50 tot en met 74 en 85 jaar en ouder.

interpretatie

Gezonde levensverwachting 
Mensen met lagere inkomens leven in het algemeen korter dan mensen met hogere inkomens en kennen meer jaren met chronische ziekten, gebreken en een mindere geestelijke gezondheid dan hogere inkomens. Dit geldt voor alle gemeenten. Deze mensen met de laagste inkomens hebben de meeste behoefte aan zorg, zowel in instellingen als extramuraal en vanuit de WMO.

2.4 Levensverwachting: van  ROOD = Hoger naar GROEN = Lager dan het Nederlands gemiddelde

Levensverwachting: van  GROEN = Hoger naar ROOD = Lager dan het Nederlands gemiddelde

Verzorgingstehuizen en verpleeghuizen 
Soms vraagt de gezondheid opname in een verzorgingstehuis of verpleeghuis.  Voor ouderen betreffen de gezondheidsproblemen met name psychogeriatrische problemen, waaronder dementie. De Alzheimer vereniging publiceert het verwachte aantal mensen met dementie op gemeenteniveau ook naar de toekomst. Het aantal bewoners en de capaciteit van instellingen verschilt afhankelijk van de bron:

  • Het CBS gaat uit van mensen die zijn ingeschreven volgens de Basis Registratie Personen (BPR), voorheen de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA), op een locatie bij het CBS bekend als instelling. Een instellingen kan dan verpleging of verzorging zijn, overige zorg, of overige instelling. Deze aantallen kunnen afwijken van de werkelijkheid: ouderen die naar een instelling verhuizen melden niet altijd direct hun verhuizing.
  • Het CIZ gaat uit van de verstrekte indicaties. Mensen met een indicatie behoeven echter deze indicatie nog niet te “verzilveren”, daadwerkelijk zorg af te nemen. Mensen die nog geen zorg afnemen vallen daarbij uiteen in actief of passief wachtenden: actief wachtenden zijn de vrijwel verdwenen wachtlijsten, passief wachtenden mensen die achten op een plek in een specifieke voorzieningen van hun voorkeur. Indicaties komen daarmee ook niet overeen met het aantal bewoners van verpleeghuizen en verzorgingstehuizen in de werkelijkheid
  • TNO heeft in 2019 en 2020 een tweetal rapporten geschreven over de toekomstige capaciteit in instellingen, inclusief analyses van trends. RIVM heeft hiervoor een “beleidsarme” projectie voor de vraag vervaardigd.

2.5 Instellingen CBS verwachte vraag en feitelijk aanbod, CIZ

Interpretatie: in Oldebroek is relatief weinig verpleging en verzorging of overige zorg. Momenteel zouden 39 plaatsen nodig zijn om in de eigen vraag te voorzien. Naar de toekomst kan gezien de vergrijzing dit tekort alleen nog maar toenemen

De verschillende cijfers zijn naast elkaar gezet op gemeenteniveau voor 2020 – 2040. Op viercijferige postcode is een beeld van het aanbod niet beschikbaar door een gebrek aan data, zoals ook door TNO wordt aangegeven. Wel is een beeld beschikbaar van de toename van de vraag, input voor mogelijke kleinschalig oplossingen. Als de vraag naar verpleeghuiszorg met globaal 20 personen in een postcode, woonplaats of gemeente stijgt is daar ruimte voor een kleinschalige instelling. Daarbij is ook te differentiëren naar inkomen van belang gezien de scheiding van wonen en zorg. Naast de intramurale zorg voor ouderen zijn uiteraard ook zorg vanuit de WMO en verdere extramurale zorg voor ouderen van belang.

2.6 Verwacht aantal bewonersinstellingen verpleging en verzorging: BLAUW: uitbreiding noodzakelijk, GROEN voor hoge inkomens ROOD voor lage inkomens

Interpretatie: Zoals te verwachten is in de toekomst een aanzienlijk aantal plaatsen verpleging en verzorging nodig. Voor de gemeente betreft dit 43 plaatsen in 2025, oplopend tot 86 in 2030 en 185 in 2040. Dit nog los van het huidige tekort van 39 plaatsen. Mogelijk kan deze vraag uiteraard in de omliggend gemeenten worden opgevangen. De ouderen uit Oldebroek moeten dan wel naar andere gemeenten verhuizen.

Grijze druk 
Een toenemnd aantal mensen die zorg nodig hebben vraagt – naast mantelzorgers – zorgprofessionals. Zorgorganisaties maken zich zorgen om de beschikbaarheid van werkenden. Als indicator voor deze beschikbaarheid wordt vaak de grijze druk gebruikt: de verhouding tussen 20 tot 65-jarigen en ouderen van 65. Bij een toenemende grijze druk neemt ook de spanning op de arbeidsmarkt toe op de arbeidsmarkt, ook voor zorgmedewerkers.

1.5: Grijze druk 65+ / 20-65 

Interpretatie: Tegelijkertijd met het afnemen van het mantelzorgpotentieel vertoont de grijze druk een stijgende tendens. Volgens de cijfers in bovenstaande tabel is de grijze druk in Oldebroek in 2040 hoger dan de grijze druk in het land, de provincie of de regio.
 Een teruglopende OOSR en een toenemende grijze druk geeft feitelijk aan, dat het mantelzorgpotentieel afneemt en de spanning op de arbeidsmarkt, ook voor zorgmedewerkers, toeneemt. Dat deze ontwikkeling vraagt om multidisciplinaire bestuurlijke aandacht, moge voor zich spreken.

 3. wonen

Woningvoorraad
Het CBS publiceert gegevens over de woningvoorraad zowel voor wijken en buurten als voor postcodes. De postcode 4 publicatie sluit dan aan op de postcode 6 publicatie, waarmee tot op lager schaalniveau woningkenmerken zichtbaar zijn. Dit zijn cijfers uit die postcode 4 publicatie:

3.1 Huishoudens en Woningvoorraad

Geschiktheid voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen

Voor ANBO en ActiZ is op postcode 6 niveau onderzocht welke woningen uit de huidige woningvoorraad geschikt, aanpasbaar of ongeschikt zijn en welke woningen nabij of ver van voorzieningen liggen:

  • Geschikt, aanpasbaar zijn of niet geschikt voor ouderen is bepaald volgens de definitie van de MIT van het RIGO, beschikbaar via de Rijksoverheid. In deze definitie vormt het woningtype in combinatie met het bouwjaar het uitgangspunt. Naarmate woningen nieuwer zijn is bij gestapelde bouw een lift te verwachten en zijn de betreffende woningen daarmee geschikt. Grondgeboden woningen zijn aanpasbaar, gestapelde woningen zonder lift ongeschikt.
  • Bij ANBO Actiz werden onder voorzieningen verstaan supermarkt, huisarts, apotheek en OV. Met name de supermarkt lijkt bepalende. Daarom is hier een afstand van 500 meter tot een supermarkt als uitgangspunt genomen. Naast de supermark is zijn ook de afstand tot andere voorzieningen mee te nemen zoals huisarts, apotheek, openbaar vervoer, etc. Bron hiervoor is de CBS Vierkantstatistiek genomen, waarin per vierkant van 100 bij 100 meter de afstand tot voorzieningen is opgenomen.

Interpretatie: Van de zes kernen in de gemeente Oldebroek zijn in de twee grootste kernen (Oldebroek en Wezep) een aantal huizen gelegen in de nabijheid van voorzieningen.  In de vier kleinere kernen liggen geen huizen binnen een straal van 1000 meter van de voorzieningen.

In het ANBO ActiZ onderzoek is bepaald hoeveel procent van de woningen binnen 500 meter van een supermarkt afligt en hoeveel procent geschikt of aanpasbaar is voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen. Hierbij is de definitie gebruikt uit het MIT van het Rijk / RIGO. IN essentie zegt dit MIT dat alle woningen eengezinswoningen aanpasbaar. Geschikt zijn dan de gestapelde woningen met lift, niet geschikt die zonder lift. Of een lift aanwezig is hangt volgens het MIT af van bouwjaar en aantal verdiepingen. Voor ANBO ActiZ is hiervoor een analyse gemaakt op woningniveau via de BAG.

3.2 Geschikte en aanpasbare woningen binnen 500 meter van een supermarkt: aantallen en percentages

Interpretatie: Zoals ook blijkt uit de 100×100 kaart staat verreweg het grootste deel van de woningen in Oldebroek staat niet binnen een straal van 500 meter van de voorzieningen. In de komende tien jaar moet een fors aantal woningen gerealiseerd worden voor ouderen. Teneinde de druk op mantelzorg, vrijwilligers en de eerste lijn zoveel mogelijk te beperken is het noodzakelijk om deze woningen zoveel mogelijk te realiseren bij voorzieningen.

Doelgroep Sociale huur

Voor het wonen is ook de koopkracht van belang. Om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning moet een huishouden minder dan € 36.165 verdienen, dit is € 39.055 (prijspeil 2020). Een deel van de woningen mag worden toegewezen aan huishoudens met een inkomen tot en € 43.574. In 2020 en 2030 zijn dit voor 65+-ers de volegnde aantallen:

3.3: Doelgroep sociale huur Inkomen <€ 36.165 

Interpretatie: Het aantal huishoudens die qua inkomen in aanmerking komen voor een  sociale huurwoningen stijgt alleen voor de 65+-ers, voor de paren met 33% of 346 woningen, voor de eenpersoonshuishoudens42% of 410 woningen.

3.4: < 25 en 25 – 65 jaar Doelgroep sociale huur Inkomen <€ 36.165

Woningvraag, verhuizingen

Woningmarktonderzoek gaat uiteraard uit van de vraag naar woningen. Als het goed is staan hierbij de woonwensen van de consument centraal. Jaarlijks publiceert het Rijk de Staat van de Woningmarkt, mede onderbouwd met het driejaarlijkse WoON-onderzoek. Met WoON is een beeld van de woonwensen beschikbaar langs verschillende invalshoeken. Echter woonwensen zijn helaas niet altijd te realiseren. Bij ouderen blijken vaak andere verhuisbewegingen dan verwacht volgens woonwensenonderzoek. Zo zijn verhuizingen van ouderen vaak ingegeven door ongelukken waardoor thuis wonen ineens niet meer mogelijk is. De Verhuisstatistiek van het CBS laat zien hoeveel verhuizingen feitelijk plaatsvinden. Daarbij kan ook worden uitgesplitst verhuizingen binnen, van en naar de gemeente. Ook kan worden uitgesplitst naar leeftijd.

TOEVOEGEN

Interpretatie: In de jaren 2010 tot en met 2019 vertrekken er ieder jaar meer mensen dan zich in Oldebroek vestigen.
Een aantal cijfers valt op: er vestigen zich ieder jaar meer 80 plussers in Oldebroek dan er vertrekken. Dit kan veroorzaakt worden door de in Oldebroek aanwezige voorzieningen voor ouderen (verzorgings- en/of verpleeghuizen of woonvoorzieningen. Is dat het geval dan kan onderzocht worden of de druk op de voorzieningen voor ouderen mede door de omgeving van Oldebroek veroorzaakt wordt. Verder valt op dat in de jaren 2010 – 2019 meer mensen in de leeftijdscategorie 30 – 50 naar Oldebroek verhuizen dan er vertrekken. In de andere leeftijdscategorieën vertrekken er juist meer mensen dan zich vestigen. Deze ontwikkeling zet door tot de leeftijdscategorie 80 plus. 

Benodigde en vrijkomende woningen
Voor ouderen is met behulp van de bevolkingsprognose, de verhuizingen, migratie en sterfte een analyse gemaakt hoeveel woningen voor ouderen beschikbaar zouden moeten zijn, gebaseerd op de feitelijke verhuizingen.  Veronderstellingen hierbij zijn:

  • In de woonbehoefte van ouderen in 2020 is voorzien (ouderen beschikken op dit moment over een woning).
  • Als ouderen van 65 – 75 verhuizen naar een woning, dan kan dat of een geschikte of een aanpasbare woning zijn, bij voorkeur nabij voorzieningen.
  • Als ouderen van 75 plus verhuizen, dan is dat naar een geschikte woning, die niet meer aangepast behoeft te worden, nabij voorzieningen.
  • Ouderen van 85 plus verhuizen niet meer naar een zelfstandige woning.

Deze berekening leidt tot de volgende cijfers  voor 75+ en 65+:  per jaar het aantal oudere huishoudens en de daarbij behorende woningbehoefte met daarnaast een prognose van het aantal vrijkomende aanpasbare en geschikte woningen nabij voorzieningen.

3.5: 75+ huishoudens, woningvraag, vrijkomende geschikte woningen nabij voorzieningen

Interpretatie: vraag / aanbod is een indicatie van de krapte op de markt. In Nederland is de vraag in 2020 gemiddeld 41% van het aanbod voor 75+-ers. Dit loopt op naar 47%. In Oldebroek is sprake van een grotere schaarste: tegenover de 56 75+-ers die verhuizen zijn slechts 39 geschikte woningen nabij voorzieningen vrij gekomen. Naast deze 75+-ers willen bovendien mogelijk ook andere leeftijdsgroepen nabij voorzieningen wonen.

3.6: 65+ huishoudens, woningvraag, vrijkomende geschikte en aanpasbare woningen nabij voorzieningen

 Interpretatie: vraag / aanbod is een indicatie van de krapte op de markt. Ook voor 65+-ers is de markt in Oldebroek krapper dan in Nederland, maar niet zo krap als voor 75+-ers. Dit is mede te verklaren omdat het vrijkomend aanbod niet alleen geschikte maar ook aanpasbare woningen nabij voorzieningen betreft. In gemeentes als Oldebroek kunnen ouderen wellicht ook iets verder van de winkel af wonen, omdat ze dat gewend zijn. Maar op hogere leeftijd dus 75+ is het zeker met mobiliteitsbeperkingen wel wenselijk om over een geschikte woning nabij voorzieningen te beschikken.

0.   Samenvattende Conclusies

In deze rapportage is een aantal aspecten aan de orde geweest, die relevant zijn voor het ontwikkelen van een visie op wonen en zorg voor Oldebroek. De belangrijkste bevindingen of interpretaties op basis van de open data, passeren hier beknopt de revue.

Demografie
De demografische ontwikkelingen laten een voor Oldebroek forse toename zien van het aantal ouderen in de periode tot 2040. De ontwikkeling van de vergrijzing en de dubbele vergrijzing is naar verwachting in Oldebroek aanzienlijk sterker dan op regionaal, provinciaal of landelijk niveau. Als afgeleide hiervan neemt het aantal oudere huishoudens, zowel de een- als tweepersoonshuishoudens behoorlijk toe.

Wat verder opvalt is, in de leeftijdscategorie 30 – 50 van een positief migratiesaldo gesproken kan worden, evenals in de leeftijdscategorie 80 plus.  Wellicht, dat het saldo bij de 80 plussers verklaard kan worden uit de aanwezigheid van voorzieningen ten behoeve van ouderen. Voor een zinnige analyse van het migratiesaldo in de andere leeftijdscategorieën lijkt nader onderzoek wenselijk.

Sociaal economische status
Data over opleiding, inkomen en vermogen vormen belangrijke beleidsinput, onder meer voor het wonen van ouderen. Wat betreft het inkomen wordt voor de komende twintig jaar een ontwikkeling voorzien, dat het aantal oudere huishoudens met een inkomen, dat valt in de onderste veertig procent van de inkomens toeneemt. Dit in tegenstelling tot het inkomen van jongere huishoudens.

Zo ook neemt het aantal oudere huishoudens met een inkomen tot de sociale huurgrens onder de inwoners van 65 jaar en ouder naar verwachting toe. Deze ontwikkeling betreft alle postcode 4 gebieden.

Gezondheid
Oldebroek is een gemiddelde gemeente, maar ten opzichte van de omliggende gemeenten net iets minder gezond. Oldebroek lijkt met name weinig aan sport te doen en kent dus meer obesitas. Ook maken mensen in Oldebroek meer gebruik van Mantelzorg.
Verontrustend is dat de capaciteit verpleging en verzorging nu al aanmerkelijk minder is dan de verwachte vraag. Naar de toekomst zal dit tekort gezien de vergrijzing snel toenemen. Oplossing kan zijn kleinschalige voorzieningen in de wijk, al dan niet in combinatie met woningen, die dan tevens als wijksteunpunt kunnen functioneren.

Wonen
Een belangrijke conclusie is dat als het gaat om woningen voor ouderen er in Oldebroek geen ongeschikte woningen staan. Opgemerkt is wel, dat slechts een klein deel van de woningen in de nabijheid van voorzieningen staat. In de kleinere kernen staat geen enkele woning in de nabijheid van voorzieningen.
De vraag naar woningen voor ouderen neemt de komende twintig jaar toe. Dan dient zich onmiddellijk de vraag aan hoeveel er dan gebouwd moeten worden, voor welke groepen en waar de woningen moeten staan.
Om maar met de laatste vraag te beginnen. Het lijkt niet verstandig om woningen voor ouderen te realiseren in de kleinere kernen van de gemeente Oldebroek. Dit, omdat in deze kernen geen woningen gerealiseerd kunnen worden, die op een acceptabele afstand zijn gelegen van de voorzieningen. Juist het slecht bereikbaar zijn van voorzieningen trekt niet alleen een behoorlijke wissel op de ouderen, maar ook op de vrijwilligers en mantelzorgers en gemeentelijke voorzieningen.

 

0.  Inleiding
0.1 Wijken en buurten of 4 pc postcodes
0.2 ANBO/ACTIZ infographic

1.   Demografie
1.1 Planbureau voor de leefomgeving: Regionale prognose 2050 en ABF Uitgangspunten
1.2 Inwoners naar leeftijd
1.3 Ouderen
1.4 Huishoudens
1.5 Huishoudens, inkomensgroepen, doelgroep volkshuisvesting
1.6 Sociaal Economische Status (SES), inkomensgroepen en opleiding
1.7 Vermogen

2.  Gezondheid en zorg
2.1 Volksgezondheid Toekomst Verkenning
2.2 Gezondheidsmonitor
2.3 Mantelzorg
2.4 Gezonde levensverwachting
2.5 Verzorgingstehuizen en verpleeghuizen
2.6 Grijze druk

3.  Wonen
3.1 Woningvoorraad
3.2 Geschiktheid voor ouderen met mobiliteitsbeperkingen
3.3 Doelgroep Sociale huur
3.4 Woningvraag, verhuizingen
3.5 Benodigde en vrijkomende woningen

4.  Samenvattende conclusies

 

Print Friendly, PDF & Email