3 Inleiding

Bij ouderen speelt zorg naast wonen een belangrijke rol. Sinfore beschikt over een groot
aantal data op het gebied van de zorg. Daarbij moet u denken aan data over het
zorggebruik (bijvoorbeeld huisarts), de mantelzorg en de zorg in instellingen.
Een tweetal facetten willen we hier uitlichten, omdat zij een directe relatie hebben met het wonen van ouderen: het mantelzorgpotentieel en de zorg in instellingen.

Mantelzorgpotentie
De mantelzorgpotentie van een gebied is nauw gerelateerd aan de demografische
situatie. Het PBL komt heeft een indicator ontwikkeld om het mantelzorgpotentieel van een
regio te duiden. Dit is de zogenaamde OOSR, de Oldest Old Support Ratio. Deze indicator
geeft aan hoeveel mensen potentieel in staat zijn informele zorg te bieden aan één
hoogbejaarde.
Het Oldest Old Support Ratio wordt berekend door het aantal mensen in de leeftijdsklasse
50 tot en met 74 jaar te delen door het aantal mensen van 85 jaar en ouder. In Nederland
blijken de meeste mantelzorgers tussen de 50 en 75 jaar oud te zijn, en zijn ouderen die
mantelzorg behoeven veelal 85-plus.
De OOSR voor de gemeente Wijchen ziet u in de onderstaande tabel. Hoe kleiner het getal,
hoe ongunstiger de verhouding tussen de leeftijdsklasse 50 tot en met 74 en 85 jaar en
ouder.

Instellingen
Soms vraagt de gezondheid opname in een instelling. Voor ouderen betreft dit een
verzorging of verpleeghuis, waarbij gezondheidsproblemen met name psychogeriatrische
problemen, waaronder dementie, een rol spelen. De 2060 prognose van het CBS laat zien
dat het aantal personen in instellingen onder de 75 jaar globaal gelijk blijft, maar boven de
75 jaar tot 2060 verdubbelt. Het CBS geeft aan, dat in 2018 46% van de tachtig plussers zijn
laatste levensdagen doorbrengt in het verpleeghuis.
Dit, terwijl in de schattingen reeds het beleid om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen, is
verwerkt.
Anders gezegd: als per vijfjaarsgroep relatief evenveel mensen in instellingen
zouden gaan wonen, verdrievoudigt het aantal instellingbewoners in de verpleging en
verzorging tot 2060. In de gemeentelijke prognose voor de ontwikkeling van de instellingen zijn data verwerkt van onder meer CBS (prognoses en registratie); Alzheimerstichting (dementie); CIZ (verstrekte indicaties), het Zorginstituut (wachtlijsten), alsmede de rapportages van het RIVM en TNO.
TNO heeft in 2019 en 2020 een tweetal rapporten geschreven over de toekomstige capaciteit in instellingen, inclusief analyses van trends. Het beleidsarme scenario voor de vraag is vervaardigd door het RIVM. Het beleidsarme scenario is tot op postcode 4 niveau te simuleren met data van het CBS en de inwonersprognose naar leeftijd.

Voor 2019 zijn op gemeenteniveau de volgende cijfers voor verpleging en verzorging met elkaar te vergelijken:
• Aantal bewoners volgens het CBS
• Verwachte aantal bewoners volgens de beleidsarme variant van het CBS
• Aantal bewoners volgens het CIZ
• Verwachte aantal bewoners volgens de beleidsvariant van het RIVM in de TNO rapporten.