veiligheid

Veiligheid boven alles!
Iedereen heeft leren fietsen toen hij of zij nog klein was. Wie bij TTL fietst, rijdt vaak in een groep. Dat is anders dan alleen fietsen. Er is meer aandacht nodig om een valpartij te voorkomen. Fietsen in een groep moet je ook leren. In het peloton rijdt je eigenlijk te dicht op de voorganger. Je hebt minder overzicht dus:

  • handen altijd alert bij de remmen
  • We zorgen voor elkaar door veiligheidsaanwijzingen trouw door te geven naar achteren/voren en op te volgen
  • We houden zo strak mogelijk koers en mijden abrupt en onnodig remmen.

Bij TTL gelden de volgende veiligheidsregels:

HELMDeze is met ingang van 2005 binnen onze vereniging verplicht. Gezien de risico’s, zeker in groepsverband bij bepaalde zware tochten of hoge snelheden, is in het reglement vastgelegd dat iedere TTL-er bij club evenementen (trainingen, clubtochten maar ook meefietsen met TTL-ers bij tochten van derden) een helm moet dragen.
MATERIAALControleer (of laat dit doen) je fiets regelmatig op loszittende onderdelen of andere mankementen. Gebruik geen ligstuur als je in de groep rijdt. !!
BLIJF GECONCENTREERDIn een groep fietsen is gezellig, bedenk tijdens het kletsen steeds dat je fietst en dat je je voorganger en de weg scherp in de gaten moet houden.
VERMOEIDHEIDVermoeidheid veroorzaakt de meeste ongelukken. We hebben dit met onze ervaring van een aantal jaren kunnen vaststellen: ongelukken gebeuren over het algemeen tijdens het tweede deel van de tocht. Daarom de volgende twee aanbevelingen:
a. Fiets met een groep waarvan je de snelheid aan kunt.
b. Geef de voorrijder/ coördinator van de rit een seintje als je voelt dat het teveel wordt. Hij of zij beoordeelt dan of het tempo gedrukt kan worden of dat je met persoonlijke begeleiding naar huis kunt fietsen.
WAARSCHUWEN:Waarschuwen voor het verkeer is belangrijk: iedereen weet wat er gebeurt en bet scherpt de concentratie.

Waarschuwen gebeurt door de volgende signalen.
“VOOR” =  we passeren een obstakel of tegenliggers  (snel- of langzaam verkeer) op links waarvoor (misschien) uitgeweken moet worden.
“TEGEN” =  we passeren een obstakel of tegenliggers  (snel- of langzaam verkeer) op rechts waarvoor (misschien) uitgeweken moet worden.
“ACHTER” = er wil een auto (of ander verkeer) passeren.
“RITSEN” = we gaan achter elkaar rijden.
Bij obstakels aan de rechterkant van de weg en als wandelaars of fietsers door de groep gepasseerd gaan worden, wappert degene die dit opmerkt even met z’n rechterhand achter het zadel.
Bij de nadering van een voorrangsweg of een gevaarlijke situatie steekt de voorrijder zijn arm omhoog.